Grote roofvis is lui: Feit of Fabel?

28/01/2026
Grote roofvis is lui: Feit of Fabel?

Het is een uitspraak die je vaak hoort langs de waterkant: Die grote vissen zijn lui.” Ze zouden minder jagen, nauwelijks bewegen en alleen reageren als alles perfect klopt. Maar klopt dat beeld eigenlijk wel? Is een grote snoek of snoekbaars echt lui, of interpreteren wij hun gedrag simpelweg verkeerd?

Header foto: Simcha Mijnsbergen – Wie iets dieper in de biologie van roofvissen duikt, komt tot een verrassende conclusie. Grote roofvis is niet lui, maar efficiënt. En dat verschil is belangrijk om te begrijpen hoe, wanneer en waarom je ze vangt. In de ecologie is lichaamsgrootte één van de belangrijkste factoren die bepaalt hoe een roofdier jaagt en welke prooi hij selecteert. Naarmate een roofvis groter wordt, veranderen zijn mogelijkheden, maar ook zijn beperkingen. Een grotere bek, meer spiermassa en meer kracht maken het mogelijk om grotere prooien te eten, maar tegelijkertijd stijgt ook de energiebehoefte.

Hoe groter de vis, hoe meer energie er uitgaat naar beweging, voortplanting en de stofwisseling.

Onderzoek naar verschillende zoetwaterroofvissen, waaronder snoek, snoekbaars en andere piscivoren (vis etende roofvis), laat zien dat de relatie tussen predator en prooi sterk gekoppeld is aan lengte en massa (Gaeta et al, 2018). Gemiddeld eten roofvissen prooien die ongeveer tien tot twintig procent van hun eigen lengte zijn. De maximale prooigrootte kan oplopen tot ongeveer een derde of zelfs bijna de helft van de lichaamslengte, maar dat gebeurt lang niet altijd.

Voor grote roofvis is een grote prooi geen enkel probleem.

In de zomer zien we namelijk ook dat grote roofvis zich vergaapt aan de overvloed van kleine aasvis in het water. Onlogisch? Niet per se, deze zijn in overvloed aanwezig en makkelijk te grijpen. Ze kunnen met vrij weinig moeite alsnog veel energie binnen krijgen doordat er zoveel keuze is. Richting het najaar en de winter zien we dat groot aas beter werkt. Dat is ook logisch, omdat dit vaak traag aangeboden wordt en veel energie oplevert.

 

WINNEN VS VERSPILLEN

Elke aanval kost energie. Zwemmen, accelereren, draaien en toeslaan is allemaal fysiek belastend, zeker voor grotere vissen. Biologisch gezien loont het alleen om te jagen als de opbrengst groter is dan de investering. Roofvissen hebben het voordeel dat één succesvolle maaltijd vaak voldoende is voor langere tijd, zeker in de winter als de energiebehoefte lager is dan in de zomer. Ze hoeven niet continu te eten. Daardoor ontstaat een jachtstrategie die draait om wachten, observeren en toeslaan op het juiste moment.

Een snoek is een schoolvoorbeeld van een efficiënt hinderlaag roofdier.

Voor ons visser lijkt dat passiviteit, voor de vis is het optimale energiehuishouding. Kleinere roofvis kan minder grote prooien pakken. Het metabolisme van een kleiner dier is gemiddeld hoger ten opzichte van de lichaamsgrootte van een groter dier. Hierdoor zullen ze met meer regelmaat moeten eten. Ook lopen kleinere roofvissen meer gevaar, omdat ze gegeten kunnen worden door grotere roofvis. De grotere roofvis neemt logischerwijs de beste plekken in beslag, waardoor een kleinere roofvis opportunistischer moet jagen en ze hierdoor makkelijker te vangen zijn.

 

NIET MINDER EFFECTIEF

Het beeld van de luie grote vis ontstaat vooral doordat grote roofvissen minder vaak zichtbaar jagen. Ze liggen vaker stil, verplaatsen zich minder en jagen iets minder frequent. Maar dat betekent niet dat ze minder succesvol zijn. Integendeel. Door hun grootte hebben ze minder natuurlijke vijanden, meer tolerantie voor langere periodes zonder voedsel en een hogere slagingskans per aanval. Hun gedrag is afgestemd op efficiëntie, niet op activiteit.

Warm water betekent een snellere stofwisseling.

Temperatuur speelt een enorme rol in dit verhaal. In koud water daalt het metabolisme van roofvis. De behoefte aan energie neemt af, maar ook de bereidheid om energie te verspillen. Grote roofvissen worden dan nog selectiever. Dat verklaart waarom ze in de winter vaak minder reageren op snel en agressief kunstaas. Niet omdat ze het aas niet zien, maar omdat de investering simpelweg te groot is voor wat het oplevert.

Hoe een gigantische snoek toch zo’n Ned rigje pakt… FOTO: Jeroen Eijssens

Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen, zo zien we ook in de winter dat er grote snoeken worden gevangen op finesse methoden. Niet gek, want deze kosten erg weinig energie om te pakken en zeg nou zelf: als er een makkelijke snack recht voor je neus voorbij komt en je hoeft geen moeite te doen, dan pak jij het toch ook?

 

DOOD AAS 

Hier komt dood aas perfect in beeld. Een dode aasvis vraagt geen achtervolging, geen aanval en geen langdurige inspanning. De roofvis hoeft slechts naar de aasvis toe te zwemmen, deze op te pakken en door te slikken. Vooral grote roofvissen profiteren hiervan. Hun strategie is gebaseerd op minimale inspanning en maximale opbrengst, precies wat dood aas biedt. Zeker in de winter past dit perfect binnen hun natuurlijke gedrag. De allergrootste snoeken worden nog steeds het meest gevangen met dood aas, dat is natuurlijk geen toeval.

 

De stelling dat grote roofvis lui is, klopt niet helemaal. Ze zijn efficiënt. Er is een rede dat ze zo groot zijn geworden. Hoe minder energie je verspilt, hoe meer je kunt groeien.