Hoe vang je snoek in de herfst vanaf de kant?

06/11/2023
Hoe vang je snoek in de herfst vanaf de kant?

De herfst… De mooiste tijd voor roofvissen, de tijd waar ze zich gaan opmaken voor de winter. Als je ze vindt en ze hebben zin, dan kun je geniale dagen beleven. Maar waar moeten we ze zoeken en welke vistechnieken zijn nu effectief?

Als eerste begint je visdag eigenlijk niet bij het water als je op nieuw water gaat vissen. Wanneer je nieuw water wilt proberen, is het erg slim om eerst Google Maps te raadplegen. Via deze app kun je heel makkelijk zien hoe het water er ongeveer uit ziet. Kun je er eigenlijk vanaf de kant wel komen en waar liggen de meeste onderbrekingen? Die onderbrekingen zijn belangrijk om te vinden, want deze plekken in het water zijn interessante plekken voor snoek.

Thuis kun je al toffe plekken vinden. LET OP: dit is een willekeurige screenshot, wij hebben niet uitgezocht of je hier mag vissen!

Vergeet ook zeker niet te kijken op de Visplanner app of je überhaupt op je beoogde stek mag vissen. Is het water grenzend aan groter water en verwacht je dat het dieper is, dan zou je ook eens op Navionics kunnen kijken voor het diepteverloop. Polderslootjes zijn vaak erg ondiep en daarom is het niet nodig om daarvoor op Navionics te kijken.

 

De snoeken vinden

Nu heb je een mooi water gevonden op Google Maps en je hebt opgezocht of je er mag vissen. Waar ga je nu beginnen? Hoe warmer het nog is, hoe groter de kans dat de snoeken nog vrij verspreid liggen. Het is dus belangrijk om meters te maken als je net begint op een water om de snoeken te vinden en gewoon om te kijken hoe het er overal uit ziet.

Onbekend water en uren zonder vis… De aanhouder wint in dit geval.

We raden het sowieso aan om een water vaker te bevissen in plaats van elke keer andere wateren in andere regio’s te pakken. Zeker als het water kouder wordt, trekken de snoeken meer naar elkaar toe op diepere plekken en plekken waar de aasvis zich verzamelt. Hoe vaker je op een water vist, hoe meer je gaat ontdekken waar die plekken zijn. Het is heel belangrijk om die plekken te vinden, zodat je gedurende de herfst rond die plekken kunt vissen en de vis letterlijk kunt onderscheppen op hun weg naar die plekken.

Laat je niet uit het veld slaan als je een tijdje niet goed vangt, het kan even duren!

Laat je dus niet uit het veld slaan als je de eerste keer op een nieuw water niet veel vangt. Zeker als je weet dat er snoek zwemt. Vang je na drie of vier keer vissen nog steeds echt niets, dan kun je gaan denken aan een ander soort water.

 

Extra aandacht

Het is dus belangrijk in het begin veel meters te maken en een groot deel of het hele water af te werpen. Echter zijn er altijd plekken waar je meer aandacht aan moet besteden en plekken waar je met één à twee worpen genoeg hebt gedaan. Plekken die je snel kunt uitvissen, zijn rechte, ‘saaie’ stukken. Werp een keertje mooi diagonaal en langs je eigen kantje en schuif weer tien meter op.

Een ogenschijnlijk saai stuk, maar onder de voeten een plukje met planten waar zomaar eens een snoekje bij kan liggen.

Plekken waar je beter een worp of vijf á tien kunt doen, zijn splitsingen, duikertjes, bruggetjes, versmallingen en bijvoorbeeld plantenresten op een stuk waar verder helemaal geen planten liggen. Eigenlijk alle plekken die anders zijn dan de rechte sloot zijn interessant. Deze onregelmatigheden in het water bieden beschutting voor de snoek of trekken aasvis aan, die op hun beurt weer snoeken aantrekken.

Rechte sloten die met een heel kleine zijsloot verbonden zijn. Vis deze openingen maar goed af.

Snoeken zijn rovers die jagen uit een hinderlaag, dat wil zeggen dat ze net zo lang wachten totdat er een prooi naar hun toe komt. Onregelmatigheden in het water geven dus simpelweg de snoek een plek om in een hinderlaag te liggen. Stel, je hebt een duikertje, wat afstervende planten ernaast en wat verder een paar takken in het water, dan kun je bijna zeker zijn dat er ergens daartussen een snoek ligt.

 

Je setup

Het snoeken vanaf de kant is zo leuk omdat het zo simpel is. Je hebt een hengel nodig, een paar stukjes kunstaas en een tang. Kies als hengel in de herfst een ietwat zwaardere hengel, zodat je je kunstaas desnoods ook wat groter kunt kiezen. Een hengel tot en met zo’n 80 à 100 gram is vaak genoeg om met medium sized rubber te gooien en de meeste jerk- en swimbaits.

Een hengel tot zo’n 100 gram of iets meer is perfect om elk soort kunstaas weg te zetten in de herfst . De nieuwe W3 Hybrid cast van Westin is perfect voor dit werk. 

Een lengte tussen de 2 meter tot maximaal 2.40 meter is meer dan genoeg. Een te lange hengel zit je meer in de weg met het snoeken dan dat het je voordeel biedt, zeker vanaf de kant op kleiner water. Zet daarop een reeltje of molen (3000-4000 serie) met minimaal 15/00 gevlochten lijn. Dit klinkt misschien dik, maar het beïnvloedt je aas niet en je hoeft niet ver te werpen. Zit je eens vast in het riet, dan trek je je aas zo los. Ook kun je zo goed druk zetten op de snoek, mocht deze richting obstakels zwemmen.

Ook Abu Garcia heeft binnen hun Beast serie een hele hoop hengels en reels die perfect zijn voor het vissen op snoek vanaf de kant. 

Lijnbreuk is heel vervelend en onnodig, dus vis absoluut niet te dun. Knoop aan je gevlochten lijn een onderlijntje van minimaal 80/00 fluorocarbon of een staaldraadje. Als laatste de belangrijkste tools: een lange tang en een goede kniptang! Zonder deze twee tangen wordt het onthaken erg lastig.

 

Je aaspresentatie

Nu is het tijd om ook daadwerkelijk te gaan vissen en er is natuurlijk geen leukere manier dan het vissen met kunstaas. Ook hier is het slim om met een aantal factoren rekening te houden. De belangrijkste is de temperatuur van het water. In de herfst koelt het water flink af, zo’n beetje de ideale temperatuur voor onze Esox lucius.

Kunstaas wat je langzaam kunt vissen, zoals de Shimano Armajoint wordt in deze periode erg goed. 

Ook is het broed van dit jaar al lekker aan de maat. Dat betekent niet dat je meteen met XXL kunstaas hoeft te gaan smijten. Zeker, dat kan geen kwaad, maar met kunstaas van laten we zeggen rond de 12 tot 18 cm zit je vanaf de kant echt wel goed. Wordt het water echt koud, dan kun je het formaat opschroeven. Denk aan de periode met opeenvolgend een paar keer nachtvorst. De snoek wordt luier en let beter op zijn energievoorraad. Met traag binnengevist, groter kunstaas kun je nu het verschil maken.

Een shad zoals de Bullteez 18 cm is er ook eentje die ze in de herfst en winter maar moeilijk kunnen laten gaan.

Belangrijk zijn ook de spinstops. Door te stoppen met draaien, zakt je kunstaas wat weg en dit is vaak het moment dat de snoek het aas pakt. Heb je een volger, dan kan het vaak ook helpen om je kunstaas te versnellen. De snoek denkt dan dat de aasvis wilt ontsnappen en probeert hem dan alsnog te pakken. Belangrijk is dus dat je je kunstaas binnen vist met de gedachte dat er altijd een snoek achteraan zit. Door te stoppen en af en toe ietwat te versnellen, ga je veel meer aanbeten krijgen.

Kunstaas waar je veel mee kunt ‘spelen’ is aantrekkelijk, zoals de Westin Swim. 

Belangrijk is om een selectie mee te nemen naar de waterkant een niet meteen je hele arsenaal aan kunstaas. Denk aan je eigen comfort en besef dat je op zo’n dag veel meters maakt. Neem een paar shads mee, een jerkbait en een swimbait bijvoorbeeld. Deze drie hebben een heel andere actie en vaak zit er dan wel een aasje bij wat werkt die dag!

 

Een hoop informatie, zeker als je net begint met snoekvissen! Maak veel meters, maak veel uren en neem de informatie mee van dit artikel en je gaat sowieso een snoek vangen. Veel succes Roofmeisters!