Midstrolling – Van A tot Z – Deel II

18/09/2025
Midstrolling – Van A tot Z – Deel II

In het eerste deel hebben we uitgelegd wat midstrolling precies is. Kort samengevat: een slanke softbait die met minimale beweging door een enkele waterlaag gevist wordt, terwijl kleine trillingen van de hengeltop zorgen voor een rollende beweging van de softbait. In dit deel alle aandacht voor het riggen, want daar wil het nog wel eens fout gaan. 

Bij midstrolling werken de softbait, jighead, lijn, knoop, hengel en manier van vissen allemaal samen. Heel belangrijk is dat we de rollende beweging van het kunstaas behouden. Dit alles begint bij het riggen van de softbait. Bij een normale softbait presentatie is ‘een klein beetje scheef’ wellicht niet direct een probleem. Bij midstrolling wel degelijk…

De softbait moet echt zo recht mogelijk op de haak zitten.

De softbait moet zo recht en netjes mogelijk op de haak staan. Wanneer het lichaam gedraaid zit, of de haak te laag of te diep in het lichaam zit, dan kan de rollende actie zwakker worden of zelfs helemaal wegblijven. De bedoeling is dat de softbait natuurlijk in het water hangt, bij voorkeur volledig horizontaal.

 

VEEL MEER DAN ALLEEN VERZWAREN

De jighead speelt een belangrijke rol. Bij midstrolling is het gewicht uiteraard nodig om de juiste diepte te bereiken, maar de vorm en balans van de kop bepalen daarnaast hoe de softbait in het water hangt en hoe gemakkelijk hij begint te rollen. Het zwaartepunt, de hoek van het oog, de positie van de haak en de manier waarop de softbait wordt ‘vastgehouden’, dit alles heeft invloed op de actie.

Het komt echt aan op de details van het riggen en de juiste techniek.

De speciale strolling jigheads zijn bedoeld om de softbait beter in de juiste houding te laten staan en gemakkelijker op kleine trillingen te laten reageren. Meer dan bij andere vissystemen is het hier belangrijk dat de jigkop een perfecte balans van het geheel waarborgt.

 

LET OP DIE 90 GRADEN!

Eén van de minder bekende, maar belangrijke aspecten van strolling is de hoek tussen de lijn en de rest van je systeem. Daarom is zelfs de knoop belangrijk, de tussenkomst van een speld is af te raden. Zorg dat deze bovenaan het haakoog zit en goed vastgetrokken, om het verschuiven van de knoop zoveel mogelijk te voorkomen. Het ultieme doel is om de hoek van de vislijn met het kunstaas op 90 graden te hebben. Diezelfde hoek dien je tussen hengel en lijn te hebben. Overdreven? Nee, dit zorgt echt voor de ultieme, rollende actie van de shad.

Speciale strolling shads en jigheads met intern het werpgewicht. 

Verder kunnen zo de kleine trillingen van de hengeltop het meest efficiënt via de lijn aan het kunstaas worden doorgegeven. Zet je de hengel te veel in het verlengde van de lijn, dan trek je het kunstaas eerder naar je toe. De softbait kan daardoor omhoog komen, onnatuurlijk gaan lopen of zijn rollende actie verliezen.

 

LANGZAAM DRAAIEN, SNEL TRILLEN

Wanneer je de juiste diepte hebt bereikt, begint het vissen. Draai de softbait rustig binnen. De molen zorgt vooral voor de langzame voorwaartse beweging. Vervolgens geef je met de hengeltop korte, snelle trillingen. Dat klinkt misschien tegenstrijdig: langzaam binnen vissen en tegelijkertijd snel bewegen. Toch is dat key.

Langzaam vissen, snelle trillingen… Niet gemakkelijk maar o zo effectief.

De grootste fout die je kunt maken, is teveel bewegen. Denk dus niet aan flinke tikken zoals bij een soft jerkbait of twitchbait. De beweging van je hengeltop mag verrassend klein zijn. Finesse is het sleutelwoord.

 

EEN BEETJE SLACK IS JUIST GOED

Nog iets wat voor veel roofvissers wellicht onnatuurlijk aanvoelt: juist een beetje een slappe lijn werkt in je voordeel. Er moet ander gezegd een gecontroleerde slack in de lijn zitten. Niet zoveel dat je ieder contact verliest, maar ook niet zo weinig dat je de softbait voortdurend naar je toe trekt. Het is mede hierdoor een uitdagende techniek. Teveel slack en je voelt niets meer, te weinig slack en de actie klopt niet meer.

De slack in je lijn is cruciaal. Teveel? Geen gevoel. Te weinig? Verkeerde actie.

Die lichte bocht in de lijn geeft het kunstaas de ruimte om te reageren op de trillingen van de hengeltop. Te veel spanning verandert de subtiele rolbeweging al snel in een normale trekbeweging. Het is dus voortdurend zoeken naar de balans tussen contact houden en het kunstaas vrijheid geven.

 

ZO BEGIN JE ERMEE

Voor wie de techniek voor het eerst probeert, is het verstandig om niet meteen op een moeilijke plek te beginnen. Kijk bijvoorbeeld eens naast je voeten wat je softbait doet in het water. Laat hem maar eens vlak onder het oppervlak zakken en geef vervolgens heel kleine trillingen met de hengeltop. Kijk vervolgens goed naar het kunstaas, hoe beweegt het? Heeft het de gewenste, subtiele rollende actie?

Laat je softbait gewoon eens naast je voeten zakken en kijk wat deze doet door het trillen van de hengel. Lukt dat, krijg je de gewenste actie? Dan kan succes niet uitblijven. 

Gaat hij daadwerkelijk van links naar rechts rollen? Of trek je hem vooral naar voren en omhoog? Dat laatste is vaak een teken dat je te hard beweegt, te snel binnen draait of de verkeerde lijnhoek hebt. Wanneer je eenmaal ziet hoe de juiste actie eruitziet, wordt het veel gemakkelijker om die beweging op gevoel te maken.

 

DETAILS MAKEN VERSCHIL

Uiteindelijk is dat misschien wel de beste omschrijving van midstrolling. Het is geen techniek waarbij je met felle bewegingen een roofvis tot een reactie probeert te dwingen. Juist het tegenovergestelde. De kracht zit in de details: een goed uitgebalanceerde softbait, correct riggen, de juiste jighead, een goede lijnhoek, gecontroleerde slack, een langzaam tempo en een hengeltop die vooral trilt en nauwelijks verplaatst.

Een subtiele vistechniek met veel zaken waarop je moet letten. 

Krijg je die onderdelen goed op elkaar afgestemd, dan ontstaat een presentatie die heel natuurlijk door de waterkolom beweegt en een roofvis langere tijd in de strikezone kan worden aangeboden.

 

En misschien is dat precies wat midstrolling zo interessant maakt: je doet bijna niets, maar juist dat ‘bijna niets’ kan voor een dag en nacht verschil zorgen.