Op zoek naar rovers die verspreid liggen

26/08/2019
Op zoek naar rovers die verspreid liggen

Wanneer het water te warm wordt is het niet meer verantwoord om nog op onze vriend snoek te vissen (klik ook HIER). In deze periode stappen wij dan ook zeer vaak over op baars en snoekbaars gezien deze rovers er geen of minder last van hebben. De manier waarop verschilt wel van hoe we in het najaar en winter deze vissen belagen.

Door Jens Lembrechts

In deze periode is het soms zoeken naar actieve gegroepeerde vis die we kunnen aanwerpen. De vis ligt vaak ver verspreid en is eigenlijk overal wel te vinden. Daarom stappen wij over op het trollen met klein kunstaas. Op deze manier kun je snel en effectief uitzoeken waar roofvis zich ophoudt.

Werpen of trollen op rovers met stekels πŸ™‚

De strategie is simpel te noemen. Het zoeken doen we trollend en zodra we kort op elkaar aanbeten krijgen leggen we de boot voor anker met de ankerfunctie van de elektromotor en werpen de stek secuur uit. Die actieve vis pak je trollend, maar werpend maak je nu ook goede kans om de passievere rakkers er tussen uit te plukken.

Wat betreft het kunstaas kiezen we vooral voor de dieplopende pluggen zoals de Salmo Hornet. Een super populaire crankbait en niet voor niets. Toch, laat de ondieper lopende pluggen niet thuis. Met name in deze periode kun je vooral baars hoger in het water aantreffen en dan is bijvoorbeeld de Rozemeijer Baby Boom die 90 cm diep duikt echt een uitkomst.

Diep, maar ook ondiep lopende pluggen gaan mee.

Indien mogelijk kies ik voor twee hengels. Als steunhengel is de Rozemeijer Allure Multipropose Spin 250 ideaal. Deze heeft een wat parabolische top en toch genoeg ruggengraat. Met 250 cm kun je ook lekker afstand houden met de boot. Als handhengel wordt de Urban Sense 235 gebruikt. Deze kunnen we tevens onmiddellijk gebruiken om de stek uit te werpen.

We kiezen in dit geval liever niet voor de lichtere baarshengels, aangezien de kans op snoek groot is en we de dril zo kort mogelijk willen houden. Dat is ook de reden dat we gebruik maken van snoekbestendig onderlijnenmateriaal. De voorkeur gaat hier uit naar een soepele 19 strands leader zoals de Ultra Thin Wire van Rozemeijer, dun en soepel materiaal wat niet tot nauwelijks de actie van het kunstaas beΓ―nvloedt.

Flinke baars op de Babyboom!

Over de diepte kunnen we kort zijn. We beginnen meestal rond scherpe taluds die van ca. 2 tot 5 meter lopen. Het liefste met planten op de overgang naar diep water. Ook lang gerekte stukken met steenstort in combinatie met wat diepte in de buurt zijn echte topstekken.

Dieptelijnen die dicht opelkaar lopen, topstekken. Markeer ook elke aanbeet die je krijgt en je hebt een schatkaart. Prima te doen met Navionics Boating App, klik HIER.

Een waardevolle tip is om een waypoint te zetten op de plek waar je een aanbeet krijgt. Elke keer weer. Zo krijg je een overzicht waar de interessante stukken zijn en kun je bijna aanbeten gaan voorspellen. Van boven water kun je er allerlei theorieΓ«n op los laten, maar vaak is het toch lastig te doorgronden waarom vis op een bepaald stuk zit. Met waypoints heb je in ieder geval onomstotelijk bewijs en dat is wel zo’n lekker gevoel voor een volgende keer. Een plek met meerdere waypoints kun je bovendien een volgende keer al op voorhand eens werpend benaderen…